terug
2017-07-12

Hans van Bommel

Digitalisering vraagt diametraal ander denken in de bestuurskamer

Gepubliceerd op 2017-07-12 door Hans van Bommel

Het gaat (nog) niet niet goed met de digitalisering van Nederland, was de strekking van een artikel in FD eind juni. Agile werken, welke invulling daar ook precies aan moge worden gegeven, is nog niet doorgedrongen tot de harde praktijk. Aanleiding was eerdere bijeenkomst van cio’s in het FD-gebouw in Amsterdam, waar de chief information officers van de top van het Nederlandse bedrijfsleven hun frustraties de vrij loop lieten.

Mooi dat het probleem door het FD (even) op de kaart gezet is, maar agile werken plus wat nieuwe IT links en rechts lost het vraagstuk niet op. Er moet drastisch anders worden gedacht over hoe onze bedrijven en organisaties opgebouwd zijn en hoe er wordt omgegaan met informatie – en dus IT – speelt daarin een cruciale rol. Dit is ook, niet geheel toevallig, het onderwerp van de boeken die Jo van Engelen in ik schrijven. Komende september verschijnt het vierde deel voorlopig sluitstuk van de serie: De Verwezenlijking, dat grotendeels handelt over deze digitale transformatie.

Onze omgeving staat niet stil, sterker is heel erg beweeglijk en beweegt ook steeds vaker. Dat betekent dat we makkelijk moeten kunnen mee bewegen. Dat kom je ten eerste tegen op business-niveau waar je op een heel andere manier zaken doet. Voor bijvoorbeeld een taxibedrijf is de manier van Uber de toekomst, niet de mobilofoon van taxibedrijf Hoogezand-Sappenmeer. Op bedrijfsvoeringsniveau nemen we andere beslissingen, en worden onze processen anders ondersteund, we duwen straks onze IT niet meer vooruit zoals bij ERP maar de IT stuurt ons vooruit, we kennen andere organogrammen (functioneel) in een bedrijf of soms helemaal geen organogrammen (holacratisch). Voorbeeldbedrijven Google en Airbnb zijn inmiddels giganten in de informatievoorziening en hotelbusiness maar hebben verhoudingsgewijs met andere miljardenbedrijven nauwelijks activa op de balans staan. Als je altijd vast blijft houden aan het bekende, wordt je op een gegeven moment vanzelf niet meer relevant.

De bewegelijke wereld reikt ook verder. Ambitieuze bedrijven en organisatie hebben duidelijk omschreven doelen en uiteraard een strategie om die te bereiken. En als vanzelfsprekend is die strategie SMART gedefinieerd om een vooruitgang zeker te stellen. Maar in de huidige wereld blijkt een strak gedefinieerde strategie veel te statisch. Het is slimmer om de fixatie op dat doel los te laten en te vervangen door een strategische intentie. Je weet precies welke richting je uit wil maar laat je niet verleiden om een precieze uitkomst te willen. Onderweg kunnen en zullen er dingen gebeuren waardoor je zaken wilt aanpassen. Je blijft voldoende wendbaar en onderscheidend. Een slimme organisatie omarmt voortschrijdend inzicht en verwerkt dat continu in de strategie, zonder de strategische intentie geweld aan te doen.

En uiteraard, het feit dat je strategie steeds in beweging is, betekent ook dat de IT-huishouding moet meebewegen. De bedrijfsvoering en business zullen ook steeds andere eisen stellen aan de automatisering. De beschikbaarheid van informatie zal de motor zijn van de organisatie en de IT moet zo georganiseerd zijn dat het de marktgerichte en adaptieve strategie van de organisatie niet in de weg zit. Met de oude spullen die we nu nog steeds hebben, gaat dat echt niet. IT moeten we vernieuwen. Technisch is dat allang mogelijk, maar de bottleneck is toch echt de organisatie en dan met name de bestuurskamer.

IT en de business horen in een moderne organisatie samen verantwoordelijk te zijn voor de uitvoering van de strategie intentie, en wel op dagelijkse basis. Wanneer de mensen in het veld hun werk doen kijkt, denkt en werkt de IT mee. Als het mooier, beter en gestroomlijnder kan, dan wordt de IT aangepast (zo doen bijvoorbeeld Uber, Airbnb en Google het ook) en de dag erna zal de bedrijfsvoering alweer een stuk effectiever en efficiënter zijn. De ‘geheime’ elixer is: goed onderling communiceren en vooral dialogen aangaan. Daarbij moet je soms samen kleine fouten maken, waarvan je dan weer leert. Je gaat elkaar daardoor steeds beter begrijpen en er ontstaat dus een sterker en lerend systeem, je leert elkaar te begrijpen. Door de dialoog haal je ook misverstanden boven tafel over wat er precies speelt en welke problemen moeten worden opgelost.

Feitelijk komt het er dus op neer: buiten verandert het en willen we meekomen dan moet het binnen, allereerst qua denken, ook veranderen. We zullen ons moeten aanpassen. We hebben nog geen bedrijf in Nederland gezien dat met succes een digitale transformatie heeft doorgemaakt, maar ik denk dat het niet lang meer zal duren. Dat de organisatievorm recht van bestaan heeft, bewijzen de Googles en Facebooks. De creativiteit voor een digitale transformatie bestaat in Nederland, dat weet ik. Het enige dat er in de bestuurskamers moet gebeuren is anders kijken, anders denken en anders doen.

Hans van Bommel, Auteur en IT-ondenemer